Info voor professionals

Het overheidsbeleid is erop gericht mensen met dementie zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Vaak is dat ook hun eigen wens. Voor de mantelzorgers van dementerenden kan dit echter heel zwaar zijn. Zo zwaar zelfs, dat ze zelf psychische problemen of lichamelijke gezondheidsklachten krijgen. Uit onderzoek is gebleken dat zorgende familieleden van mensen met dementie, vergeleken met de algemene bevolking, een verhoogd risico hebben op gezondheidsproblemen.
De afgelopen twintig jaar zijn er daarom verschillende vormen van ondersteuning voor mantelzorgers ontwikkeld, zoals respijtzorg, gespreksgroepen en informatiebijeenkomsten, bezoek- en oppasservices, en allerlei educatief materiaal, zoals boeken, informatiefolders en een Teleac-cursus op de televisie naar aanleiding van de populaire Alzheimer cafés. Hoewel deze initiatieven uiteraard zijn toe te juichen is het tegelijkertijd een manco in het huidige aanbod dat de ondersteuningsactiviteiten erg versnipperd zijn. Niet alleen de mantelzorgers, maar ook de hulpverleners zelf zien soms door de bomen het bos niet meer.

Ondersteuning voor patiënt en verzorger
Om deze versnippering tegen te gaan zijn sinds 1993 zogenoemde ontmoetingscentra opgezet. De eerste centra werden opgezet in Amsterdam op initiatief van Stichting Valerius en het VU medisch centrum. Momenteel zijn er ongeveer 140 centra actief in verschillende regio’s. Voor een overzicht klik hier.

In de ontmoetingscentra, die veelal zijn ingebed in een buurt-, ouderen-, of wijkcentrum wordt een breed opgezet ondersteuningsprogramma aangeboden aan mensen met dementie en hun verzorgers. Zo zijn er voor de verzorgers informatiebijeenkomsten, een gespreksgroep, een wekelijks spreekuur, een maandelijks centrumoverleg, respijtzorg en praktische hulp bij het regelen van zorg thuis en zonodig verpleeghuisopname. De persoon met dementie kan drie dagen per week gebruik maken van een dagsociëteit in de open inloop van het buurtcentrum. Hij kan daar, individueel of in groepsverband, deelnemen aan allerlei (re)creatieve activiteiten. Ook zijn er gemeenschappelijke activiteiten voor de mantelzorgers en de dementerenden, zoals feestelijke bijeenkomsten en uitjes.

Laagdrempelige voorziening
De ontmoetingscentra onderscheiden zich van het huidige aanbod van dagvoorzieningen voor mensen met dementie en hun mantelzorgers doordat

  • de ondersteuning zich zowel op de persoon met dementie als op de mantelzorger richt
  • alle ondersteuningsactiviteiten op één laagdrempelige locatie (buurtcentra, ouderencentra) worden aangeboden
  • de gekozen welzijnslocaties sociale integratie met andere buurtbewoners mogelijk maakt
  • de begeleiding wordt geboden door één klein vast professioneel team, bestaande uit een programmacoördinator, een activiteitenbegeleider en een verzorgende
  • er casemanagement wordt geboden en, zonodig, multidisciplinaire zorg wordt georganiseerd. Het team werkt hiertoe, volgens een samenwerkingsprotocol, samen met andere zorgaanbieders en welzijnsinstellingen in de wijk/regio, zoals de huisartsen, de thuiszorg, de wijkpost voor ouderen, de ambulante GGZ, het steunpunt Mantelzorg en verzorgings- en verpleeghuizen.
  • de laagdrempelige, kleinschalige, geïntegreerde en niet-stigmatiserende opzet van de
    ondersteuning dicht bij huis het voor de persoon met dementie gemakkelijker maakt om hulp te aanvaarden. Het bevordert bovendien de vertrouwensband tussen personeel en mantelzorger. Hierdoor is deze laatste eerder bereid de zorg met anderen te delen.

Verschil met reguliere dagbehandeling
De ontmoetingscentra hebben vergeleken met reguliere dagbehandeling, zo bleek uit onderzoek van het VU medisch centrum (zie o.a. Dröes, 1996), een positiever effect op de draagkracht van mantelzorgers (minder ervaren belasting, langer en beter volhouden van de zorg, uitbreiding sociaal netwerk) en het functioneren van dementerenden (minder gedragsproblemen, uitstel van verpleeghuisopname). Overeenkomstige effecten vindt men ook in andere studies naar samengestelde ondersteuningsprogramma’s. In het algemeen blijkt een flexibele toepassing van een combinatie van vormen van steun, afgestemd op individuele behoeften, effectiever dan het bieden van, bijvoorbeeld, alleen praktische of emotionele steun.

Onderzoek en implementatie
Het VU medisch centrum heeft samen met het Trimbos-instituut en de Werkgroep Onderzoek Kwaliteit van het UMC St. Radboud in Nijmegen onderzoek gedaan om te stimuleren dat de ontmoetingscentra zich op bredere schaal in Nederland verspreiden.
Naast een draaiboek met tips voor diegenen die van plan zijn een ontmoetingscentrum in hun eigen regio op te zetten, is er ook een introductiecursus ontworpen voor nieuw personeel van ontmoetingscentra. Verder is er een landelijke werkgroep van ontmoetingscentra actief, voorzitter R.M. Dröes (tel. 020 788 5621 – do+vr) en kunnen programmacoördinatoren werkzaam in ontmoetingscentra deelnemen aan landelijke en regionale intervisiegroepen.