Info voor professionals

Het overheidsbeleid is erop gericht mensen met dementie zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Vaak is dat ook hun eigen wens. Voor de mantelzorgers van mensen met dementie kan dit echter heel zwaar zijn. Zo zwaar zelfs, dat zij zelf psychische problemen of lichamelijke gezondheidsklachten krijgen. Uit onderzoek is gebleken dat zorgende familieleden van mensen met dementie, vergeleken met de algemene bevolking, een verhoogd risico hebben op gezondheidsproblemen.
Daarom zijn er verschillende vormen van ondersteuning voor mantelzorgers ontwikkeld, zoals respijtzorg, gespreksgroepen, maatjesprojecten, informatiebijeenkomsten, steunpunten mantelzorg, Alzheimercafé en bezoek- en oppasservices. Ook is educatief materiaal ontwikkeld, zoals boeken, informatiebrochures en internet-cursussen. Hoewel deze initiatieven uiteraard zijn toe te juichen heeft het ook geleid tot een grote versnippering van het aanbod van ondersteuningsmogelijkheden. Niet alleen mantelzorgers, maar ook hulpverleners zien soms door de bomen het bos niet meer.

Ondersteuning voor persoon met dementie en mantelzorger
Om deze versnippering tegen te gaan zijn zogenoemde ontmoetingscentra opgezet. De eerste centra werden opgezet in Amsterdam in 1993 op initiatief van Stichting Valerius en het VU medisch centrum. Inmiddels (januari 2018) zijn er ongeveer 145 ontmoetingscentra actief in verschillende delen van het land. Voor een overzicht klik hier. De ontmoetingscentra hebben zich ook verspreid naar andere landen, zoals Australië, Curaçao, Engeland, Italië en Polen.

De centra, die veelal zijn ingebed in een buurt-, ouderen-, of wijkcentrum, bieden een breed opgezet ondersteuningsprogramma voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. Zo zijn er voor de mantelzorgers informatiebijeenkomsten, soms samen georganiseerd of in afstemming met het Alzheimer Café in de regio, een gespreksgroep, een wekelijks spreekuur, respijtzorg en praktische hulp bij het regelen van zorg thuis en zo nodig verpleeghuisopname. De persoon met dementie kan drie dagen per week gebruik maken van een dagsociëteit in de open inloop van het buurt- of ouderencentrum. Hij kan daar, individueel of in groepsverband, deelnemen aan allerlei (re)creatieve en betekenisvolle activiteiten. Ook zijn er gemeenschappelijke activiteiten voor de mantelzorgers en deelnemers met dementie, zoals een maandelijks centrumoverleg, feestelijke bijeenkomsten en uitjes.

Laagdrempelige voorziening
De ontmoetingscentra onderscheiden zich van het huidige aanbod van dagvoorzieningen voor mensen met dementie en hun mantelzorgers doordat

  • de ondersteuning zich zowel op de persoon met dementie als op de mantelzorger richt
  • alle ondersteuningsactiviteiten op één laagdrempelige locatie worden aangeboden
  • de gekozen welzijnslocaties sociale integratie met andere buurtbewoners mogelijk maakt
  • de begeleiding wordt geboden door één klein vast professioneel team, bestaande uit een programmacoördinator, een activiteitenbegeleider en een verzorgende, ondersteund door vrijwilligers
  • er directe afstemming is met de casemanager, indien aanwezig, en, zonodig, multidisciplinaire zorg wordt georganiseerd. Het professionele team van het ontmoetingscentrum werkt hiertoe, volgens een samenwerkingsprotocol, samen met andere zorgaanbieders en welzijnsinstellingen in de wijk/regio, zoals de huisartsen, praktijkondersteuners huisarts en GGZ, de thuiszorg, de wijkverpleging, wijkpost voor ouderen, de ambulante GGZ, het steunpunt Mantelzorg en verzorging- en verpleeghuizen
  • de laagdrempelige, kleinschalige, geïntegreerde en niet-stigmatiserende opzet van de ondersteuning dicht bij huis het voor de persoon met dementie gemakkelijker maakt om hulp te aanvaarden. Het bevordert bovendien de vertrouwensband tussen personeel en mantelzorger. Hierdoor is deze laatste eerder bereid de zorg met anderen te delen.

Verschil met reguliere dagbesteding in verpleeghuizen

Uit onderzoek van het VU medisch centrum (Dröes et al., 2000; 2004a,b) bleek dat ontmoetingscentra, vergeleken met de toendertijd reguliere dagbehandeling in verpleeghuizen, een positiever effect hadden op de draagkracht van mantelzorgers (minder ervaren belasting, langer en beter volhouden van de zorg, uitbreiding sociaal netwerk) en het functioneren van deelnemers met dementie (minder gedrags- en stemmingsproblemen, meer zelfwaardering, uitstel van verpleeghuisopname).

Overeenkomstige effecten vindt men ook in andere studies naar samengestelde ondersteuningsprogramma’s. In het algemeen blijkt een flexibele toepassing van een combinatie van vormen van steun, afgestemd op individuele behoeften, effectiever dan het bieden van, bijvoorbeeld, alleen praktische of emotionele steun.

Onderzoek en implementatie: Erkende effectieve interventie
Het VU medisch centrum heeft samen met het Trimbos-instituut en het Radboudumc onderzoek gedaan om te stimuleren dat de ontmoetingscentra zich op bredere schaal in Nederland verspreiden. Dit heeft onder meer geresulteerd in een draaiboek met tips voor diegenen die een ontmoetingscentrum in hun eigen regio willen opzetten en een Introductiecursus voor nieuw personeel van ontmoetingscentra. Deze cursus wordt jaarlijks aangeboden (zie bij Activiteiten op deze website). Verder is er een Landelijke Werkgroep Ontmoetingscentra die jaarlijks bijeenkomst (voorzitter R.M. Dröes, tel. 020-788 454).

In 2014 werden de Ontmoetingscentra als eerste effectieve interventie erkend door de Erkenningscommissie Interventies Zorg, deelcommissie Ouderenzorg.