Onderzoek

In de periode 1994-1996 werd door de afdeling Psychiatrie van de Vrije Universiteit in Amsterdam onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het ondersteuningsprogramma dat in de eerste ontmoetingscentra voor mensen met dementie en hun verzorgers in Amsterdam werd aangeboden (Dröes et al., 1996). Uit deze gecontroleerde effectstudie kwam naar voren dat het geïntegreerde ondersteuningsprogramma een positief effect had gehad op gedragsproblemen van de mensen met dementie, meer specifiek op de mate van inactiviteit en niet-sociaal gedrag. De ontmoetingscentra waren hierin duidelijk effectiever dan reguliere dagbehandeling. Een mogelijke verklaring hiervoor werd gezocht in de bijscholing en ondersteuning van de familieleden en daarmee de wellicht meer consequente begeleidingstrategieën thuis en in het centrum. Een andere verklaring die werd geopperd was de positieve invloed van de (normale) omgeving van het buurt- of ouderencentrum en de sociaal stimulerende werking die daar vanuit gaat. Voorts was er in de ontmoetingscentragroep een tendens tot meer uitstel van verpleeghuisopname van de persoon met dementie: na zeven maanden was nog slechts 8% van degenen die deelnamen aan de Amsterdamse Ontmoetingscentra opgenomen in het verpleeghuis, terwijl dit percentage bij de reguliere dagbehandeling reeds was opgelopen tot 29%.Het geïntegreerde ondersteuningsprogramma bleek reeds na drie maanden deelname ook een positief effect te hebben gehad op de manier waarop de deelnemende mantelzorgers omgingen met probleemsituaties en op de mate van steun die ze ervaarden van instellingen. Na zeven maanden was hun gevoel van competentie bovendien hoger dan dat van de mantelzorgers die gebruik maakten van de reguliere dagbehandeling: de eerste groep voelde zich, met andere woorden, beter in staat de zorg op zich te nemen.

Uit een tevredenheidsenquête over de ontmoetingscentra tenslotte kwam naar voren dat 47% van de verzorgers, terugkijkend op hun situatie van vóór deelname aan het ondersteuningsprogramma, zich na 7 maanden deelname enigszins minder belast voelde en 37% zich veel minder belast voelde. De gebruikers van de ontmoetingscentra voelden zich minder belast naarmate zij meer steun ervaarden in het contact met andere lotgenoten en hun sociale netwerk meer was uitgebreid. Dit bevestigde het vermoeden dat uitbreiding van het sociale netwerk bij kan dragen tot een vermindering van de gevoelens van belasting van de verzorger. Sociale activiteiten en lotgenotencontact nemen in de ontmoetingscentra, in tegenstelling tot bij reguliere dagbehandeling, een centrale plaats in.

In de periode 2000-2003 werd in het kader van het project ‘Voorwaarden voor implementatie van het model Ontmoetingscentra’ (kortweg IMO-project) het onderzoek naar het effect van het ondersteuningsprogramma herhaald (Dröes et al., 2003). Bij dit onderzoek werden acht ontmoetingscentra in vijf regio’s buiten Amsterdam betrokken. Als controlegegevens werden opnieuw de data gebruikt van de eertijds in het Amsterdamse onderzoek betrokken reguliere dagbehandelingen.

Net als in het project Amsterdamse Ontmoetingscentra werden positieve effecten gevonden op het gedrag van de persoon met dementie. Vergeleken met bezoekers van reguliere dagbehandeling bleken de gebruikers van de ontmoetingscentra na zeven maanden:

  • Relatief minder gedragsproblemen te vertonen, met name minder niet-sociaal en minder inactief gedrag.
  • Voorts was er een positief effect op de stemming (minder depressief gedrag).
  • 97,7% van de gebruikers van de dagsociëteit van de ontmoetingscentra was tevreden tot zeer tevreden over het activiteitenaanbod en vond hun ‘club’ leuk tot heel leuk.
  • Ook het eerder gevonden effect op uitstel van verpleeghuisopname werd bevestigd. Na 7 maanden was nog slechts 4% van de deelnemers met dementie in de Ontmoetingscentra in het verpleeghuis opgenomen, terwijl dit percentage in de dagbehandeling was opgelopen tot 29%. De gemiddelde tijd tot opname was in de ontmoetingscentra 41,2 weken, in de reguliere dagbehandeling 24,9 weken.
  • Met name mantelzorgers die zich eenzaam voelden bleken meer baat te hebben gehad bij deelname aan de ontmoetingscentra dan bij reguliere dagbehandeling: ze hadden minder psychische en psychosomatische symptomen.
  • Na zeven maanden voelden 38,8% van de mantelzorgers die gebruik hadden gemaakt van de ontmoetingscentra zich enigszins minder belast en 43,4% zich veel minder belast.
  • 88,6% van de mantelzorgers zei na zeven maanden deelname, in een anonieme enquête, tevreden tot zeer tevreden te zijn over de ontvangen ondersteuning. Ook voelden zij zich gaandeweg beter gesteund door professionele instanties.
  • In tegenstelling tot in het Amsterdamse onderzoek bleek in het IMO-project niet dat de mantelzorgers in de ontmoetingscentra zich competenter waren gaan voelen vergeleken met de mantelzorgers van de bezoekers van de reguliere dagbehandelingen.