Onderzoek

Plaatje drie boekjes

 

De afdeling Psychiatrie van de Vrije Universiteit en later VU medisch centrum verrichte verscheidene studies naar de Ontmoetingscentra. Na een eerste ontwikkelingsjaar (1993-1994) waarin het ondersteuningsprogramma in samenspraak met zorg- en welzijnsorganisaties en mensen met dementie en mantelzorgers werd ontwikkeld en vormgegeven, volgde een effectonderzoek (1994-1996) en later een implementatieonderzoek (2000-2003). Recent werd het Ontmoetingscentra ondersteuningsprogramma ook succesvol geïmplementeerd en geëvalueerd in Engeland, Italië en Polen in het MEETINGDEM project (www.meetingdem.eu).

Effectonderzoek

Uit het effectonderzoek dat plaatsvond in vier ontmoetingscentra in Amsterdam (Dröes et al., 1996) kwam naar voren dat het geïntegreerde ondersteuningsprogramma vergeleken met reguliere dagbehandeling in het verpleeghuis een positiever effect had op gedragsproblemen van de mensen met dementie, meer specifiek op de mate van inactiviteit en niet-sociaal gedrag. Een verklaring hiervoor werd gezocht in de bijscholing en ondersteuning van de familieleden en daarmee de wellicht meer consequente begeleidingstrategieën thuis en in het centrum. Een andere verklaring die werd geopperd was de positieve invloed van de (normale) omgeving van het buurt- of ouderencentrum en de sociaal stimulerende werking die daar vanuit gaat. Voorts was er in de ontmoetingscentragroep een tendens tot meer uitstel van verpleeghuisopname van de persoon met dementie: na zeven maanden was nog maar 7,5% opgenomen in het verpleeghuis, terwijl dit percentage bij de reguliere dagbehandeling al was opgelopen tot 30%.

Het geïntegreerde ondersteuningsprogramma bleek reeds na drie maanden deelname ook een positief effect te hebben gehad op de manier waarop de deelnemende mantelzorgers omgingen met probleemsituaties en op de mate van steun die ze ervoeren van instellingen. Na zeven maanden was ook hun gevoel van competentie groter dan dat van de mantelzorgers die gebruik maakten van de reguliere dagbehandeling: de Ontmoetingscentragroep voelde zich, met andere woorden, beter in staat de zorg op zich te nemen.

Uit een tevredenheidsenquête over het ondersteuningsprogramma in de ontmoetingscentra, tenslotte, kwam naar voren dat 47% van de mantelzorgers, terugkijkend op hun situatie van vóór deelname aan het ondersteuningsprogramma, zich na zeven maanden deelname enigszins minder belast voelde en 37% zich veel minder belast voelde. De mantelzorgers van de ontmoetingscentra voelden zich minder belast naarmate zij zich meer gesteund voelden in het contact met andere lotgenoten en hun sociale netwerk meer was uitgebreid. Dit bevestigde het vermoeden dat uitbreiding van het sociale netwerk bij kan dragen tot een vermindering van de gevoelens van belasting van de mantelzorger. Sociale activiteiten en lotgenotencontact nemen in de ontmoetingscentra, in tegenstelling tot bij reguliere dagbehandeling, een centrale plaats in.

Implementatieonderzoek

In het kader van het project ‘Voorwaarden voor Implementatie van het Model Ontmoetingscentra’ (kortweg IMO-project) werden bevorderende en belemmerende factoren  opgespoord die een rol spelen bij het implementeren van nieuwe Ontmoetingscentra (Meiland et al, 2005). Daarnaast werd in het IMO-project het onderzoek naar het effect van het ondersteuningsprogramma herhaald (Dröes et al., 2003, 2004, 2006). Bij dit herhaalde effectonderzoek werden acht ontmoetingscentra in vijf regio’s buiten Amsterdam betrokken. Als controlegegevens werden opnieuw de data gebruikt van de eertijds in het Amsterdamse onderzoek betrokken reguliere dagbehandelingen.

Net als bij de Amsterdamse Ontmoetingscentra werden positieve effecten gevonden op het gedrag van de persoon met dementie. Vergeleken met bezoekers van reguliere dagbehandeling bleken de gebruikers van de ontmoetingscentra na zeven maanden:

  • Relatief minder gedragsproblemen te vertonen, met name minder niet-sociaal en minder inactief gedrag.
  • Voorts was er een positief effect op de stemming (minder depressief gedrag).
  • 97,7% van de gebruikers van de dagsociëteit van de ontmoetingscentra was tevreden tot zeer tevreden over het activiteitenaanbod en vond hun ‘club’ leuk tot heel leuk.
  • het eerder gevonden effect op uitstel van verpleeghuisopname werd bevestigd: na 7 maanden was nog slechts 4% van de Ontmoetingscentra-deelnemers met dementie in het verpleeghuis opgenomen, terwijl dit percentage in de dagbehandeling was opgelopen tot 30%. De gemiddelde tijd tot opname was in de ontmoetingscentra 41,2 weken, in de reguliere dagbehandeling 24,8 weken.
  • Met name mantelzorgers die zich eenzaam voelden bleken meer baat te hebben gehad bij deelname aan de ontmoetingscentra dan bij reguliere dagbehandeling: ze hadden minder psychische en psychosomatische symptomen.
  • Na zeven maanden voelden 38,8% van de mantelzorgers die gebruik hadden gemaakt van de ontmoetingscentra zich enigszins minder belast en 43,4% zich veel minder belast.
  • 88,6% van de mantelzorgers zei na zeven maanden deelname, in een anonieme enquête, tevreden tot zeer tevreden te zijn over de ontvangen ondersteuning. Ook voelden zij zich gaandeweg beter gesteund door professionele instanties.
  • In tegenstelling tot in het Amsterdamse onderzoek bleek in het IMO-project niet dat de mantelzorgers in de ontmoetingscentra zich competenter waren gaan voelen vergeleken met de mantelzorgers van de bezoekers van de reguliere dagbehandelingen.

Verspreiding van Ontmoetingscentra in Europa: het MEETINGDEM project

In het MEETINGDEM project werd het Model Ontmoetingscentra succesvol geïmplementeerd in drie landen in Europa: Engeland, Italië en Polen. In totaal werden hier 15 Ontmoetingscentra opgezet. De eerste negen centra namen deel aan een effectonderzoek, waaruit onder meer bleek dat de ontmoetingcentra, vergeleken met de gebruikelijke zorg in deze landen, een positieve effect hebben op de kwaliteit van leven (gehechtheidsgevoel, zelfwaardering, positief affect) van mensen met dementie en gevoel van belasting van de mantelzorgers (www.meetingdem.eu).