Theoretisch kader

De methode van begeleiding in de Ontmoetingscentra is gebaseerd op het Adaptatie- Copingmodel (Dröes & Breebaart 1994; Dröes e.a. 1996; Dröes & Ganzewinkel, 2014).

In het Adaptatie-Copingmodel wordt er vanuit gegaan dat mensen met dementie veelal in een wankel evenwicht verkeren doordat de dementie veel veranderingen en onzekerheden met zich meebrengt. Mensen zullen zich dus steeds opnieuw moeten aanpassen.

Dit speelt vooral op de volgende terreinen (Dröes & Gerritsen, 2015):

  • omgaan met de eigen (toenemende) beperkingen;
  • handhaven van een emotioneel evenwicht;
  • behoud van een positief zelfbeeld;
  • omgaan met een onzekere toekomst;
  • onderhouden van sociale relaties (familie, vrienden);
  • ontwikkelen van adequate zorgrelaties met mantelzorgers.

Het feit dat de persoon met dementie niet voortdurend in een crisis raakt door de opeenvolgende veranderingen heeft, althans volgens dit model, te maken met hoe hij/zij met de veranderingen weet om te gaan. Dit wordt uiteraard mede bepaald door de specifieke beperkingen van de persoon, diens persoonlijkheid, ervaring en sociale omstandigheden.

De manier waarop mensen omgaan met moeilijke omstandigheden, noemt men in de psychologie ook wel coping. Voorbeelden zijn: ontkennen van het probleem, vermijden van moeilijke situaties, compenseren en afleiding zoeken. De steun die de persoon met dementie van zijn omgeving ontvangt speelt een belangrijke rol bij het (her)vinden van een evenwicht.

In het ondersteuningsprogramma van de Ontmoetingscentra gaat men ervan uit dat de genoemde aanpassingsterreinen ook voor mantelzorgers een rol kunnen spelen, maar dan uiteraard vanuit een ander perspectief (Dröes e.a. 1996). Zo zal de mantelzorger moeten leren omgaan met de beperkingen van de persoon met dementie en de afhankelijkheid die daaruit voortvloeit. Omdat mantelzorgers veelal partners of andere familieleden zijn, betekent dit emotioneel vaak een enorme belasting. Om toch een evenwicht te bewaren zal men dus ook voor zichzelf moeten zorgen. Het zelfbeeld van de mantelzorger kan danig verstoord raken wanneer hij bijvoorbeeld merkt dat hij zijn geduld verliest en de persoon met dementie wel een klap zou willen geven. En dan de onzekere toekomst: het feit dat men zorgt voor iemand met een progressieve ziekte, maakt dat men enerzijds allerlei maatregelen zou willen treffen, anderzijds dat van tevoren heel moeilijk te bepalen is wanneer men in actie moet komen. Ook de eigen toekomst is hiermee onzeker geworden. Sommige vrienden zullen wegblijven, anderen zullen onverwachts een grote steun blijken te zijn. Om niet in een sociaal isolement te raken, zullen mantelzorgers energie moeten stoppen in het onderhouden van sociale contacten. Dit kan alleen maar als men in staat is zo nu en dan hulp van anderen te accepteren. De stap om buitenstaanders hulp te vragen kan voor mantelzorgers soms heel moeilijk zijn. Ook het ontwikkelen van een adequate en bevredigende relatie met anderen die hulp geven kan soms veel energie kosten.

De ontmoetingscentra bieden mensen met dementie en hun mantelzorgers hulp bij het omgaan met al deze gevolgen van dementie.