Filosofie

De methode van begeleiding in de Ontmoetingscentra is gebaseerd op het adaptatie- copingmodel (zie voor een meer uitgebreide beschrijving Dröes & Breebaart 1994; Dröes e.a. 1996; Dröes & Ganzewinkel, 2003).

In het adaptatie-copingmodel wordt er vanuit gegaan dat mensen die lijden aan een dementiesyndroom veelal in een wankel evenwicht verkeren. De ziekte brengt veel veranderingen en onzekerheden met zich mee, waardoor het evenwicht verstoord dreigt te raken. Steeds weer zal men zich moeten aanpassen.

Dergelijke aanpassingstaken die mogelijk een rol spelen wanneer men te maken krijgt met een dementiesyndroom (Dröes 1991), zijn:

  • omgaan met de eigen invaliditeit;
  • handhaven van een emotioneel evenwicht;
  • behoud van een positief zelfbeeld;
  • omgaan met een onzekere toekomst;
  • onderhouden van sociale relaties (familie, vrienden);
  • ontwikkelen van adequate verhoudingen met verzorgers.

Het feit dat men niet voortdurend in een crisis raakt door de opeenvolgende veranderingen heeft, althans volgens dit model, te maken met hoe de persoon met dementie – uiteraard mede op grond van zijn beperkingen, persoonlijkheid, ervaring en sociale omstandigheden – met de veranderingen weet om te gaan. De manier waarop mensen omgaan met moeilijke omstandigheden, noemt men in de psychologie ook wel copinggedrag. Voorbeelden hiervan zijn: ontkennen van het probleem, vermijden van moeilijke situaties, compenseren en afleiding zoeken. Uiteraard speelt ook de steun die de persoon met dementie vanuit zijn omgeving ontvangt een belangrijke rol bij het (her)vinden van een evenwicht.

In het ondersteuningsprogramma van de ontmoetingscentra gaat men ervan uit dat de genoemde aanpassingstaken ook voor verzorgers van mensen met dementie een rol kunnen spelen, maar dan uiteraard vanuit een ander perspectief (Dröes e.a. 1996). Zo zal de verzorger om moeten leren gaan met de beperkingen van de dementerende (invaliditeit) en de afhankelijkheid die daaruit voortvloeit. Omdat verzorgers veelal partners of andere familieleden zijn, betekent dit emotioneel vaak een enorme belasting. Om toch een evenwicht te bewaren zal men dus op een of andere manier ook voor zichzelf moeten zorgen. Het zelfbeeld van de verzorger kan danig verstoord raken wanneer hij bijvoorbeeld merkt dat hij zijn geduld verliest en de demente persoon wel een klap zou willen geven. En dan de onzekere toekomst: het feit dat men zorgt voor iemand die lijdt aan een progressieve ziekte, maakt dat men enerzijds allerlei maatregelen zou willen treffen, anderzijds dat van tevoren heel moeilijk te bepalen is wanneer men in actie moet komen. Ook de eigen toekomst is hiermee onzeker geworden. Sommige vrienden zullen wegblijven, anderen zullen onverwachts een grote steun blijken te zijn. Om niet in een sociaal isolement te raken, zullen verzorgers energie moeten stoppen in het onderhouden van sociale contacten. Dit kan alleen maar als men in staat is zo nu en dan hulp van anderen te accepteren. De stap om buitenstaanders hulp te vragen kan voor verzorgers soms heel moeilijk zijn. Ook het ontwikkelen van een adequate en bevredigende relatie met degenen die hulp geven kan soms veel energie kosten. De ontmoetingscentra bieden mensen met dementie en hun mantelzorgers hulp bij het omgaan met al deze gevolgen van dementie.