Begeleiding

Ondersteunende en activerende begeleiding
De meeste Ontmoetingscentra declareren bij de zorgverzekeraar voor de ondersteuning en activerende begeleiding die zij bieden aan de mensen met dementie in de dagsociëteit. Voorwaarde voor vergoeding is dat de persoon met dementie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hiervoor een indicatie heeft ontvangen. Ook voor de specifieke, intensieve ondersteuning en begeleiding die de Ontmoetingscentra soms bieden aan mantelzorgers zouden zij wellicht bij de zorgverzekeraar extra kunnen declareren, indien de mantelzorger zelf aanspraak heeft op AWBZ-zorg. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij (dreigende) overbelasting van de mantelzorger en de gevolgen daarvan, zoals gezondheidsklachten. Uiteraard is ook dan een indicatie van het CIZ vereist. Tot op heden heeft geen van de Ontmoetingscentra, althans voorzover ons bekend, van die mogelijkheid gebruik gemaakt.

Op basis van het Besluit Zorgaanspraken 2003 kan per persoon en per dag(deel) c.q. bestede tijd gedeclareerd worden voor het type hulp dat geboden is. De functies die in de Ontmoetingscentra geboden worden zijn Ondersteunende begeleiding en Activerende begeleiding. In het Besluit Zorgaanspraken zijn deze als volgt gedefinieerd.

Ondersteunende begeleiding omvat ondersteunende activiteiten in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem, gericht op bevordering of behoud van zelfredzaamheid of bevordering van de integratie van de verzekerde in de samenleving, te verlenen door een instelling.

Activerende begeleiding omvat door een instelling te verlenen activerende activiteiten gericht op: a) herstel of voorkomen van verergering van gedrags- of psychische problematiek; of b) het omgaan met de gevolgen van een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap.

Activerende begeleiding onderscheidt zich van ondersteunende begeleiding doordat activerende begeleiding de aandoening, beperking of handicap niet voor gegeven aanneemt, maar juist daarop ingrijpt. Met activerende begeleiding wordt de persoon geleerd om te gaan met (de gevolgen van de) aandoening, beperking of handicap.

Ondersteunende begeleiding in de Ontmoetingscentra
De dagsociëteiten in de Ontmoetingscentra, die over het algemeen drie dagen per week van 10-16 uur zijn geopend, bieden deels ondersteunende begeleiding aan licht tot zeer intensief begeleidingsbehoevende volwassenen en ouderen met dementie door middel van een dagprogramma. De activiteiten die hiertoe behoren zijn enerzijds gericht op beleving en meedoen aan bezigheden, anderzijds op het bieden van een gestructureerde dagindeling en maatschappelijke participatie zolang dit mogelijk is.

Activerende begeleiding in de Ontmoetingscentra
Het merendeel van de activiteiten in de dagsociëteiten van de Ontmoetingscentra betreft activerende begeleiding voor mensen met lichte tot matig ernstige dementie en hun mantelzorgers. De personen met dementie kunnen voor onbepaalde tijd gedurende maximaal zes dagdelen per week van deze activiteiten gebruik maken. Voor de mantelzorgers is er een apart programma. Theoretisch uitgangspunt van de activerende begeleiding is het adaptatie-coping model.

Op basis van observatie van gedrag en stemming in het centrum enerzijds en informatie van de mantelzorger en de betrokken hulpverleners binnen en buiten het centrum anderzijds wordt per deelnemer aan de dagsociëteit in het ontmoetingscentrum nagegaan in hoeverre de persoon moeite heeft met het omgaan met de gevolgen van zijn dementie. Hierbij wordt ondermeer gelet op de volgende factoren:

  • het omgaan met de eigen beperkingen,
  • het accepteren van begeleiding en behandeling,
  • het ontwikkelen van sociale relaties,
  • het behoud van een positief zelfbeeld,
  • het omgaan met een onzekere toekomst,
  • het handhaven van een emotioneel evenwicht.

Dit alles wordt samengevat in een psychosociale diagnose. De individuele doelen die in de begeleiding gesteld worden zijn gebaseerd op de psychosociale diagnose en de mogelijkheden van de persoon met dementie en variëren van (re)activering en (re)socialisering tot bevordering van het emotioneel functioneren.

In de ontmoetingscentra worden met dit oogmerk verschillende (re)creatieve activiteiten (individueel en in groepsverband) en psychomotorische groepstherapie aangeboden. Dit geldt zowel voor de mensen met een lichte als mensen met een ernstiger dementie. Door activiteiten structureel en regelmatig aan te bieden, kunnen vaardigheden nog aangeleerd of behouden blijven en terugval door onderstimulering worden voorkomen. Regelmatig (doorgaans eenmaal per zes weken) wordt de begeleidingsstrategie geëvalueerd. Daarnaast wordt er vanuit de centra casemanagement geboden, waartoe wordt samengewerkt met zorg- en welzijnsinstellingen in de regio (huisartsen, thuiszorg, ggz, maatschappelijk werk, welzijn, vrijwilligersorganisaties, steunpunt mantelzorg etc.) op basis van een samenwerkingsprotocol.

Ook de mantelzorgers krijgen activerende begeleiding geboden. Voor elke mantelzorger wordt op basis van observatie en gesprekken eveneens een psychosociale diagnose gesteld. Er wordt naar dezelfde adaptatieterreinen gekeken als bij de persoon met dementie, maar nu vanuit het perspectief van de mantelzorger, hierbij valt aan de volgende aandachtspunten te denken:

  • heeft de mantelzorger moeite met het omgaan met de beperkingen van de persoon met dementie, met het accepteren van hulp, met het handhaven van eigen sociale contacten, met het behoud van een positief zelfbeeld en met het handhaven van een emotioneel evenwicht?

Op basis hiervan wordt in de begeleiding van de mantelzorger de nadruk gelegd op het bieden van psychoeducatie door middel van, onder meer, informatieve bijeenkomsten, gespreksgroepen en een, in de meeste gevallen, doorlopend individueel spreekuur (ten behoeve van gezinsbegeleiding, inzichtgevende gesprekken, informatie en advies).

  • het uitbreiden van het sociale netwerk door het regelmatig organiseren van centrumoverleg (eenmaal per zes weken), feestelijke bijeenkomsten en sociale uitjes en het stimuleren van de mantelzorger om weer sociale activiteiten voor zichzelf te ondernemen,
  • het bieden van emotionele steun door middel van lotgenotencontact in gespreksgroepen en individuele gesprekken tijdens het spreekuur.