Begeleiding

De Ontmoetingscentra bieden begeleiding en dagbesteding voor de persoon met dementie en ondersteuning om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten en bij te staan in het omgaan met de gevolgen van dementie.

Begeleiding in de Ontmoetingscentra
De dagsociëteiten in de Ontmoetingscentra, die over het algemeen drie dagen per week van 10-16 uur zijn geopend, bieden deels ondersteunende begeleiding aan licht tot intensief begeleidingsbehoevende ouderen met dementie door middel van een dagprogramma. De activiteiten die hiertoe behoren zijn enerzijds gericht op beleving en meedoen aan zinvolle bezigheden, anderzijds op het bieden van een gestructureerde dagindeling en maatschappelijke participatie zolang dit mogelijk is.

Activerende begeleiding in de Ontmoetingscentra
Het merendeel van de activiteiten in de dagsociëteiten van de Ontmoetingscentra betreft (re)activering en (re)socialisering van mensen met lichte tot matig ernstige dementie en hun mantelzorgers. De personen met dementie kunnen voor onbepaalde tijd gedurende maximaal zes dagdelen per week van deze activiteiten gebruik maken. Voor de mantelzorgers is er een apart programma. Theoretisch uitgangspunt van de begeleiding is het Adaptatie-Coping model.

Op basis van contact met en observatie van de persoon met dementie in het centrum en informatie van de mantelzorger en de betrokken hulpverleners binnen en buiten het centrum wordt voor elke deelnemer aan de dagsociëteit nagegaan of, in hoeverre, hij/zij moeite heeft met het omgaan met de gevolgen van zijn dementie. Hierbij wordt ondermeer gelet op:

  • omgaan met de eigen (toenemende) beperkingen
  • handhaven van een emotioneel evenwicht
  • behoud van een positief zelfbeeld
  • omgaan met een onzekere toekomst
  • onderhouden van sociale relaties (familie, vrienden)
  • ontwikkelen van adequate zorgrelaties met mantelzorgers.

Dit alles wordt samengevat in een psychosociale diagnose. De individuele doelen die in de begeleiding gesteld worden zijn hierop gebaseerd en variëren van (re)activering en (re)socialisering tot bevordering van het emotioneel functioneren. Daarbij wordt uiteraard rekening gehouden met de mogelijkheden en interesses van de persoon met dementie.

In de ontmoetingscentra worden met dit oogmerk verschillende (re)creatieve en betekenisvolle activiteiten (individueel en in groepsverband) en psychomotorische groepstherapie aangeboden. Dit geldt zowel voor de mensen met een lichte als mensen met een ernstiger dementie. Door activiteiten structureel en regelmatig aan te bieden, kunnen vaardigheden nog aangeleerd of behouden blijven en terugval door onderstimulering worden voorkomen. Regelmatig (doorgaans eenmaal per zes weken) wordt de begeleidingsstrategie geëvalueerd. Daarnaast kan er in afstemming met de casemanager (indien aanwezig), zorgcoördinatie worden geboden. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met zorg- en welzijnsinstellingen in de regio (huisartsen, thuiszorg, ggz, maatschappelijk werk, welzijn, vrijwilligersorganisaties, steunpunt mantelzorg etc.) op basis van een samenwerkingsprotocol.

Ook de mantelzorgers krijgen begeleiding geboden. Voor elke mantelzorger wordt op basis van observatie en gesprekken eveneens een psychosociale diagnose gesteld. Er wordt naar dezelfde adaptatieterreinen gekeken als bij de persoon met dementie, maar nu vanuit het perspectief van de mantelzorger: heeft de mantelzorger moeite met het omgaan met de beperkingen van de persoon met dementie, met het accepteren van hulp, met het handhaven van eigen sociale contacten, met het behoud van een positief zelfbeeld en een emotioneel evenwicht?

Op basis hiervan wordt in de begeleiding de nadruk gelegd op

  • het bieden van psychoeducatie door middel van, onder meer, informatieve bijeenkomsten, gespreksgroepen en een individueel spreekuur (individuele gesprekken voor gezinsbegeleiding, inzichtgevende gesprekken, informatie en advies).
  • het uitbreiden van het sociale netwerk door het regelmatig organiseren van een centrumoverleg (eenmaal per twee maanden), feestelijke bijeenkomsten en sociale uitjes en het stimuleren van de mantelzorger om ook sociale activiteiten voor zichzelf te ondernemen.
  • het bieden van emotionele steun door middel van lotgenotencontact in gespreksgroepen en individuele gesprekken tijdens het spreekuur.